Interval tussen lagen
Bij alle 1- en 2-componenten producten moet rekening gehouden worden met een "minimale" en "maximale" overschilderbaarheids-interval. Het interval geeft niet alleen de overschilderbaarheid met zichzelf maar ook met andere producten aan. Te vroeg overschilderen geeft opsluiting van oplosmiddelen en storingen in de uitharding. Hel gevolg bij belasten met water is blaasvorming. Te laat overschilderen verhindert de hechting met de ondergrond, omdat bijv. bij 2- componenten producten het materiaal al uitgehard is. Bij overschrijding van het maximale interval is daardoor in ieder geval, ook bij 1- component producten, het matschuren van de ondergrond voor het overschilderen absoluut noodzakelijk (mechanisch hechten van de volgende laag op de ondergrond).
Droogtijd
De droogtijd is sterk afhankelijk van de temperatuur - let wel de temperatuur van het oppervlak is tijdens het drogen maatgevend. Lage temperaturen vertragen, hoge temperaturen versnellen. Telkens 10°C temperatuur verandering zorgt voor een wezenlijke verandering van de droogtijd. Het chemisch uitharden van 2-componenten producten vraagt in het algemeen een minimum temperatuur van
+10°C, omdat bij lagere temperaturen de uitharding tot stilstand komt. Het tweede belangrijke punt bij het drogen is de relatieve luchtvochtigheid. Hoe vochtiger de lucht, hoe langer het drogen duurt. Relatieve luchtvochtigheid van meer dan 80% is kritisch (mat worden van het oppervlak of overschrijding van het dauwpunt is mogelijk). Verder dient men rekening te houden met lucht bewegingen en werking van de zon. Bij het werken in afgesloten ruimten moet voor een goede ventilatie gezorgd worden, omdat oplosmiddelen zwaarder zijn dan lucht en zo vertraging in het drogen en mat worden kunnen bewerkstelligen. Bovendien moeten de gevaren- en veiligheidsaanwijzingen op het etiket in acht genomen worden.
Dauwpunt
Dauw- en rijpvorming zijn algemeen bekend. De oorzaak hiervan ligt in het bij verschillende temperaturen, verschillend oplossen van water in lucht (er lost zich tot verzadiging bij -18°C ca. 1 gr., bij 0°C ca. 5gr., bij ca. 23°C ca. 20 gr. en bij 430°C ca. 30 gr. water in iedere m3 lucht op). Wanneer telkens de bij de temperatuur overeenkomstige maximale oplossing van water in lucht is, bedraagt de relatieve luchtvochtigheid 100%. Koelere oppervlakken worden dan door een deels onzichtbare dauwfilm bedekt, bijv. als gevolg van wind. afkoeling in de nacht, volle tanks of opgedroogde regen respectievelijk drogende verf. Bij verdampen van water en oplosmiddelen wordt warmte aan de omgeving onttrokken, d.w.z. de " verdampingskou" veroorzaakt afkoeling van het oppervlak. Hierdoor gaat men er in de praktijk vanuit dat alleen geschilderd wordt bij temperaturen die 3°C boven het dauwpunt liggen of bij maximaal 80% relatieve luchtvochtigheid.
Verfverbruik, uitstrijkvermogen.
Alle v. Höveling Yachtfarben zijn geschikt voor verwerking met kwast en roller. De in onze documentatie aangegeven uitstrijkvermogens zijn gebaseerd op een normale laagdikte die ontstaat door de verwerking met kwast of roller (droge laagdikte 40µm = 0,04mm.). Uitgezonderd Antifouling Y88 (droge laagdikte 10µm = 0,01mm.), evenals alle houtbeschermingsproducten.
Houdt U bij het verwerken met kwast en roller rekening met een verlies van 10% en bij spuiten met 30%, worden verven en lakken verdund (max. 5-10%), dan wordt het uitstrijkvermogen duidelijk verhoogd, echter, de droge laagdikte wordt beduidend minder, waardoor er 1 of 2 lagen meer opgebracht moeten worden, om de aanbevolen laagdikte te bereiken. Bij het met de spuit aanbrengen van de lak is een groter hoeveelheid verdunner noodzakelijk. Gezien de vele verschillende scheepstypen is er geen algemeen geldende formule om het onderwateroppervlak van een schip te berekenen.
De volgende formule geeft een indicatie
Onderwateroppervlak:
Lengte van de waterlijn x (Breedte + Diepgang).
Boven de waterlijn :
2 x (Totale lengte x Vrijboord midscheeps).
Dek oppervlak :
0,6 x (Totale lengte x Breedte) uitgezonderd de oppervlakten van kajuit, cockpit e.d.
Metaal oppervlaktebehandeling
Voor elke reparatie van roestbeschadiging geldt dat, als de benodigde kwaliteit van roestverwijdering door stralen niet mogelijk is, het oppervlak handmatig uiterst zorgvuldig ontroest moet worden. Het oppervlak moet olie- en vetvrij zijn. Onder geen enkele voorwaarden mogen zogenaamde roestomvormers of roeststabilisatoren gebruikt worden. Een optimale oppervlaktevoorbereiding biedt het stralen (Reinheidsgraad Sa 2 ½). Direct na het stralen dient het oppervlak afgestoft te worden en tegen nieuwe roestvorming met Antorit Zinkgrund (D50) afgedekt te worden. Deze laag geeft bescherming voor 3 maanden.
Reparatie en overschilderen van oude en onbekende lagen
Alle oude lagen moeten voor het overschilderen zorgvuldig gereinigd worden. Voor het verwijderen van zout-, vet-, olie- en onderhoudsresten moet Reiniger 350 (D49) afhankelijk van de verontreinigingsgraad onverdund of verdund aangebracht worden, 15 minuten laten inwerken en met veel schoon water afspoelen.
Beschadigde plekken worden tot op de goede ondergrond geslepen. Roest, oxidatie en blazen moeten daarbij geheel verwijderd worden. Niet dragende oude lagen (b.v. brosse antifoulings, poederende of afbladderende lagen) moeten verwijderd worden. Beschadigde plekken worden volgens het gekozen systeem behandeld, daarna wordt volledig overschilderd, zodat het gerepareerde deel niet meer te zien is.
Bij het overschilderen van onbekende lagen wordt de oude antifouling, zolang het niet gaat om zelf polijstende of teflonhoudende antifouling, volledig met een laag Universeelgrond 6055 (D80) als grondlaag afgedekt. Daarna volgen 2 lagen van de nieuw gekozen antifouling. Bij jaarlijks overschilderen is 1 nieuwe laag antifouling voldoende. De wisseling boven de waterlijn van 1-component- (kunsthars) naar 2-componenten- (polyurethaan) producten is na één seizoen (12 maanden) veroudering en volledig slijpen, met ons DD-Hardlak-Systeem zonder problemen mogelijk.
Hout oppervlaktebehandeling
Hout is een levende bouwstof, dat naar soort, herkomst en verwerking zeer verschillend is. Men verwerkt in de scheepsbouw onbehandeld hout of water- en kookvast verlijmde multiplex. Al het onbehandelde hout neemt snel water op tot het verzadigingspunt (tot ca. 60%), en geeft het slechts langzaam weer af. Door dit zogenaamde werken van het hout veranderen de afmetingen duidelijk merkbaar in breedte. Hierdoor kunnen scheuren, spleten en voegen ontstaan, die zich zeer moeilijk door verfsystemen overbruggen laten. Lakolie met UV-filter (D15), een combinatie van speciale alkyd- harsoliën, werkt zoals het hout met de omgevende luchtvochtigheid en blijft daarbij elastisch, geeft geen scheuren en blazen en laat niet los van de ondergrond.
Hout moet voor bewerking luchtdroog (max. 9-12% kernvocht), maar ook olie-, vet-, vuil- en stofvrij zijn. De in tropisch hardhout aanwezige stoffen (hars, latex, olie) worden voor het schilderwerk met 2-componenten Verdunner 990 (D23) en een harde borstel poriediep opgelost en met een pluisvrije doek opgenomen en verwijderd.
Water- en kookvast verlijmde multiplex (uitgezonderd teak – multiplex) heeft geen bijzondere voorbehandeling nodig. Let er op dat er zich bij het aanbrengen van de eerste laag houtvezels omhoog komen. Deze vezels maken het oppervlak ruw en moeten daarom door licht slijpen verwijderd worden. Om een goede afwerking te bereiken, wordt het aanbevolen, om na elke laag licht te slijpen.